ECL-regelaars

  • Overzicht
  • Documentatie
  • Software
  • Hulpmiddelen en apps
  • Veelgestelde vragen

Elektronische regelaars (ECL) zijn intelligente temperatuurregelaars voor warmte distributie- en warmtapwatersystemen. Door middel van weersafhankelijke regeling en applicatietoepassingen kunnen ze worden aangepast aan verschillende warmtedistributiesystemen, waardoor een hoge mate van comfort en een optimaal energiegebruik kan worden gegarandeerd.

Het assortiment omvat zowel zeer eenvoudige elektronische regelaars met traditionele analoge werking als geavanceerde elektronische regelaars met een volledig digitale interface.

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle regelaars is dat ze eenvoudig te bedienen zijn. De meer geavanceerde regelaars uit de ECL-Comfort reeks maken gebruik van intelligente USB-sleuteltechnologie en dankzij de illustraties op de grafische display van de regelaars is het eenvoudig om snel een overzicht van het systeem te krijgen.

Alle navigatie en interactie vindt bij de ECL-regelaar of ECA-afstandsbediening plaats door de draaiknop op het voorpaneel te draaien en in te drukken. Alle menu's en systeemgegevenswaarden worden in uw eigen taal op de display weergegeven, en de logische menustructuur zorgt voor een soepele en intuïtieve bediening.

Er zijn geen knipperende lampjes of reeksen van knoppen en schakelaars, maar de mogelijkheden zijn onbeperkt. Dit zorgt voor een correcte inbedrijfstelling en een eenvoudige dagelijkse bediening, wat vervolgens weer zorgt voor optimaal comfort en betrouwbaarheid.

Kenmerken en voordelen

Met de elektronische verwarmingsregelaar bespaart u op installatie- en inbedrijfstellingstijd, vermindert u ongepland onderhoud, profiteert u van een kortere leercurve en verlaagt u het energieverbruik

Eenvoudige installatie en inbedrijfstelling met een reeks ECL-applicatietoepassingen

11 - 15% besparing of meer op het energieverbruik in het gebouw en een verminderde CO2-uitstoot.

Documentatie

Documentatie
Type Naam Taal Geldig voor Bijgewerkt Downloaden Bestandstype
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Slovak Meerdere 22 sep, 2014 1.9 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Czech Meerdere 15 sep, 2014 1.8 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Polish Meerdere 15 sep, 2014 2.0 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Bulgarian Meerdere 15 sep, 2014 1.9 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating German Meerdere 15 sep, 2014 2.0 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Swedish Meerdere 15 sep, 2014 1.9 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Finnish Meerdere 15 sep, 2014 1.9 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Slovenian Meerdere 15 sep, 2014 1.8 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating English Meerdere 08 jul, 2015 2.3 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating Romanian, Moldavian, Moldovan Meerdere 07 okt, 2014 1.8 MB .pdf
Brochure Danfoss ECL Comfort controller – high performance for district heating German Meerdere 29 sep, 2014 2.5 MB .pdf

Software

Hulpmiddelen en apps

Softwaretools

Veelgestelde vragen

De 2-puntsregeling, ook wel AAN/UIT-regeling genoemd, wordt door een elektronische regelaar of een elektrische thermostaat gebruikt om bijvoorbeeld een gasketel, een warmtepomp, een circulatiepomp, een ventilator enz. AAN of UIT te zetten.

De buitentemperatuursensor is aangesloten op de master. De meest voorkomende fout is een vergeten instelling in het adresmenu van de slave. Het mag niet adres 15 zijn. Het mag wel 0, 1, 2 . . . 9 zijn. Naast de buitentemperatuurwaarde ontvangt de slave ook tijd- en datuminformatie van de master.

De weerstand van de kabel tussen de temperatuursensor en de ECL-regelaar is eenvoudigweg van weinig invloed op de gemeten temperatuur.
Max. lengte van het type koperkabel, in verschillende afmetingen, voor één graad hogere uitlezing van de temperatuur is:
44 m bij 0,4 mm²
55 m bij 0,5 mm²
83 m bij 0,75 mm²
110 m bij 1,0 mm²
165 m bij 1,5 mm²
275 m bij 2,5 mm²

Pt" staat voor platina, wat een metaal is.
"1000" betekent 1000 ohm bij 0 (nul) °C.
De eenheid "ohm" drukt de elektrische weerstand uit. Platina heeft een positieve temperatuurcoëfficiënt (PTC). Dit betekent dat de beginweerstand van het metaal toeneemt wanneer de temperatuur stijgt. De weerstand neemt toe met 3,85 ohm per graad (op de schaal van Celsius). De coëfficiënt is zeer lineair in het temperatuurbereik van -60 tot 200 °C. Voorbeeld: Een gemeten weerstand van 1077 ohm betekent een temperatuur van 20 °C.

Een temperatuurverschil in graden op de schaal van Celsius.
Voorbeeld: Om 10 uur bedroeg de buitentemperatuur 14 °C, om 13 uur was de buitentemperatuur 19 °C. De buitentemperatuur is met 5 K gestegen.

Aan de kant van de koudwatertoevoer is een constante flow. De 3-wegafsluiter zorgt voor een gedeeltelijke flow door de warmtewisselaar en een gedeeltelijke flow door de B-poort van de afsluiter.
Deze twee flows zijn verschillend, afhankelijk van de vraag naar koeling.

Ja, we beschikken over een optie waarbij de afstandsbediening, ECA 31, in een toepassing kan worden gecombineerd met ECL 210 of ECL 310. In de display van de ECA geeft de ECA 31 de relatieve vochtigheid weer.

De ECA 32 wordt in het basisdeel van de ECL 310 geplaatst. Communicatie met de ECL 310: Een 2 x 5 pins connectoraansluiting (male) op de achterkant van de ECL 310-regelaar kan worden aangesloten op de bijbehorende 2 x 5 pins connectoraansluiting (female) op de ECA 32, wanneer de ECL 310 in het basisdeel is geplaatst.

Temperatuursensoren, pulsingangen en analoge uitgangen worden via de klemmen 49 - 62 aangesloten. 4 relaisuitgangen lopen via de klemmen 39 - 46.

ECA 32 wordt alleen gebruikt in combinatie met ECL 310 en toepassingen met ECA 32 verbonden functies.

Daarnaast kan ECA 32 als bewakingsmodule worden gebruikt:
6 x temperatuursensoringangen (Pt 1000) ECL 310. In de display van de ECA geeft de ECA 31 de relatieve vochtigheid weer.

Een master-slavesysteem is een ECL-regelaar die intern verbonden is via de ECL 485-bus.

De master (adres 15) stuurt T.out, Tijd en Datum naar de slaves. De master kan de T.flow.ref ontvangen van aangezochte slaves.
Slaves met adres 0, 1 - 9 zijn ontvangers (ontvangen info over T.out, Tijd en Datum, verzonden door de master).
Slaves met adres 1 - 9 (één adres per slave) kunnen de T.flow.ref naar de master sturen.

Max. 2. Deze beperking is het gevolg van het benodigde vermogen van elke ECA 30.

Een master-slavesysteem met ECL Comfort 110-regelaars die intern verbonden zijn via de ECL-bus.

Op de master is de buitentemperatuursensor aangesloten. Via de ECL-bus wordt het T.out-signaal naar de slaves en de ECA 60/61 verzonden.

Voorbeeld:
Meerdere ECL 110's in een meergezinswoning kunnen één T.out-sensor gemeen hebben.

ECL 110 kan niet worden aangesloten op het ECL 485-busnetwerk met ECL 210 of ECL 310.

In de regeling van het verwarmingscircuit in de ECL 210 / 310 zijn de parameters 1x182 en 1x183 op 0,0 ingesteld.
De referentietemperatuur wordt nog steeds weergegeven.

Na 20 minuten of herstel van de stroomvoorziening worden alle instellingen vergrendeld. Alle instellingen zijn nog steeds zichtbaar.

Een ontvanger is een slave-regelaar met adres 0 in een master-slavesysteem. Een ontvanger ontvangt buitentemperatuur, tijd en datum van de master. Een ontvanger kan niet worden gebruikt in combinatie met een ECA 30/31.

ECA 30/31 kan niet communiceren met adres 0!

In totaal 20.
Wanneer de ontvanger alleen het T.out-signaal hoeft te ontvangen, moet het adres op "0" worden ingesteld.

Wanneer de ontvanger het T.out-signaal moet ontvangen en naar de master het T.flow.ref moet terugsturen, moet het adres op 1, 2 . . . of 9 worden ingesteld.

Nee!
De ECL 110 heeft een bus met de naam ECL-bus.
De ECL 210 en ECL 310 hebben nog een andere bus met de naam ECL 485-bus. Deze bussen zijn totaal verschillend.

Bij het uploaden van een toepassing in de ECL 210 / 310-regelaar verloopt de communicatie tussen ECA 30 en de ECL langzaam.
Wanneer de applicatie is geüpload in de ECL-regelaar, wordt de ECA 30 geüpdatet en reageert deze veel sneller.

Procedure voor het instellen van ECL Comfort-regelaars (type B) met één ECA 30.

Voorbeeld:
3 regelaars, ECL 210 B (zonder display en wijzerplaat)
Eén master: Toepassing A266
Twee slaves: Toepassing A260, adresnummers 1 en 2.
Eén ECA 30.

Eisen:
- De master moet T.out naar de slaves sturen
- ECA 30 moet worden gebruikt voor het instellen van alle 3 x ECL 210 B-regelaars.
- ECA 30 moet worden gebruikt voor bewaking

Er wordt vanuit gegaan dat alle aansluitingen voor sensoren, ECL 485-bus, servomotoren en pompen zijn uitgevoerd.
De buitentemperatuursensor moet worden aangesloten op het basisdeel van de masterregelaar.

Procedure:
1. Plaats geen ECL-regelaars in een basisdeel.
2. Sluit de ECA 30 aan op de ECL485-bus (kabeltype: 2 x twisted pair)

Zorg ervoor dat de ECL485-busaansluitingen beschikken over dezelfde gemeenschappelijke aansluitingen (30) en +12 V (31) voor alle basisdelen met de A- en B-aansluitingen van de ECL485.

3. Plaats in het basisdeel de ECL-regelaar die met het laagste slave-nummer, bijvoorbeeld "1", moet worden aangezocht.

4. Schakel de eenheden in. Er wordt van uitgegaan dat de ECL en ECA 30 volledig gereset zijn.

4.a. Als de regelaar niet nieuw uit de fabriek komt, doe dan het volgende:
In ECA 30:
> ECA MENU, > ECA fabriek > Reset ECL-adres > Reset ECL-adres > "Ja".
Na 10 seconden wordt de ECA teruggezet naar het menu "ECA fabriek". Het ECL-adres is nu ingesteld op 15. (Zie extra info "Reset ECL-adres" aan het einde van dit document).

4.b. Als de ECA 30 niet nieuw uit de fabriek komt, doe dan het volgende:
> ECA MENU, > ECA fabriek > ECA standaard, > Herstel fabriek, > (Kies fabriek), > "Ja".
Dit zorgt ervoor dat de ECA adres A heeft en verbonden is met adres 15 dat nodig is om een toepassing in de ECL-regelaar te installeren.

5. Plaats de appl.-KEY A260 in de ECL-regelaar (de slave)

6. Taal kiezen

(de reactietijd tijdens de stappen 5 - 11 lijkt traag. Dit komt doordat de ECL-regelaar en de ECA 30 niet volledig gesynchroniseerd zijn)

7. Kies een toepassing (niet mogelijk voor A260 omdat er maar één subtype bestaat).

8. Tijd en datum instellen

9. Kies "Volgende"

10. De display toont kort "Toepassing A260.1 geïnstalleerd"
- de toepassing is geüpload.
- de display in de ECA 30 is gedurende 10 sec. niet verlicht.

11. De display toont een toepassingsgericht menu.

12. Na 10 - 30 seconden verschijnt een menu "Kopieer applicatie" (de ECA 30 moet de ECL-toepassing kennen)

- Kies "Ja"
(de "Kopieer"-procedure duurt enkele minuten)

13. (De slave een adresnummer toekennen)
a. Selecteer een ECL-menu
b. Kies MENU
c. Kies "Algemene regelaarinstellingen"
d. Kies "Systeem"
e. Kies "Communicatie"
f. Kies "ECL 485-adres"
g. Selecteer "ECL 485-adres"
- ID = 2048, fabrieksinstelling is "15"
h. Wijzig het adres in het geplande adresnummer voor deze slave
i. Na 5 sec. verandert het gekozen adresnummer in een "0"
j. Na nog eens 5 seconden keert de display terug naar "ECA MENU".
- Daarnaast is er een regelaarpictogram met een kruisje zichtbaar.
Dit betekent dat er geen communicatie is tussen de ECL-regelaar en de ECA 30. Op de ECL 485-bus is geen master aanwezig.

14. (Volgende ECL-configuratie)
Plaats in het basisdeel de ECL-regelaar die met het volgende slave-nummer, bijvoorbeeld "2", moet worden aangezocht.

15. (Instellen van de ECA om op adres 15 te communiceren)
a. Kies het ECA MENU
b. Kies "ECA-systeem"
c. Kies "ECA-communicatie"
d. Kies "Aansluiting adres"
e. Wijzigen naar "15"
Het icoon van de "applicatie key" wordt op de display van de ECA 30 getoond.

16. (applicatie-upload)
Volg de punten 6 – 13
Als slave 1 en 2 dezelfde toepassing hebben (dezelfde versie en taal), is het niet nodig om de toepassing opnieuw te kopiëren (punt 11).

17. (Volgende ECL-configuratie)
Plaats in het basisdeel de ECL-regelaar die de master moet zijn (adresnummer 15).

18. Volg de punten 15.a - 15.e

19. Volg de punten 6 - 12.

20. De masterregelaar heeft adres 15 van de fabriek, dus hier hoeft geen adres aan toegekend te worden.

21. De volledige communicatieconfiguratie is voltooid.

22. (om met de master of de slaves te communiceren)
a. Kies het ECA MENU
b. Kies "ECA-systeem"
c. Kies "ECA-communicatie"
d. Kies "Aansluiting adres op "15" (= master), "1" (= slave nr. 1), "2" (= slave nr. 2).

Opmerkingen:
Communicatie met de slaves is alleen mogelijk als er een master (adres 15) in het systeem aanwezig is.
Nieuwere versies van de ECA 30 / 31 beschikken over de mogelijkheid om het slavenummer direct vanaf de display te selecteren.

Reset ECL-adres:
De "Reset ECL-adres" is een speciale noodoproepfunctie waarmee het ECL 485-adres van alle op het ECL 485-netwerk aangesloten regelaars op "15" (masteradres) kan worden gereset. Deze functie is ingevoerd om te voorkomen dat het adres van de master in iets anders kan worden gewijzigd, omdat het netwerk anders zonder master zou komen te zitten en de ECL485-bus dus niet meer zou werken. Dit is van cruciaal belang omdat de masterregelaar een blinde regelaar is die communicatie met een ECA 30/31 nodig heeft om bediend te kunnen worden.
Om ervoor te zorgen dat de functie niet wordt gebruikt tenzij dit nodig is, is de functie zo gemaakt dat het menu "Reset ECL-adres" alleen kan worden geactiveerd als:

* de modus "Verbinding verbroken" is geactiveerd (slechts één streepje in de navigatiebalk in de rechterbenedenhoek van de display van de ECA 30 / 31)

* er is gedurende minimaal 25 seconden geen uitzendingssignaal voor mastersynchronisatie ontvangen

Wanneer het resetmenu is geactiveerd, zal de ECA 30 / 31 gedurende 10 seconden pseudo-masteruitzendingen versturen om de ECL-regelaars uit een initialisatiefase te halen. De ECA 30 / 31 zal dan beginnen met het verzenden van adreswijzigingscommando's naar de ECL 485-adressen 1-14 (omdat het in sommige eerdere ECL-versies mogelijk was om het adres in te stellen op 10-14). Dit duurt ongeveer 15 seconden. Aangezien van alle ECL-regelaars op het ECL 485-netwerk het ECL 485-adres naar 15 zal worden gewijzigd, wordt aanbevolen om alle andere regelaars, met uitzondering van de bedoelde masterregelaar, uit te schakelen (of te verwijderen uit het basisdeel) voordat deze functie wordt geactiveerd. De hele operatie duurt ongeveer 25 seconden. Als meerdere regelaars adres 15 toegekend krijgen, bestaat het risico dat ze met elkaar in conflict komen. Daarom moeten de ECL 485-adressen van de slave-regelaars na het gebruik van deze functie handmatig worden gecontroleerd en gereset.

Nee!
De ECA 30/31 is ontwikkeld voor gebruik met de ECL 210/310-serie.

A368-"application key" is voorzien van de applicaties A368.1, A368.2, A368.3 en A368.4.

Sinds januari 2014 bevat de A368-toepassingssleutel twee extra subtypes, te weten A368.5 en A368.6.

Belangrijkste onderdelen in A368.5:
F1 is een flowmeter voor het meten van het bijvul water volume. De pulsen van de flowmeter worden toegepast op de pulsingang van de ECA 32-module.

S11 is temperatuurbewaking van verwarming, circulatie.

S11 is temperatuurbewaking van warmwatercirculatie, retour.

Belangrijkste onderdelen in A368.6:

S2 is temperatuurbewaking van verwarming, circulatie.

S8 is temperatuurbewaking van warmwatercirculatie, retour.

Eén warmwatercirculatiepomp (P1).

De montagegids is bijgewerkt.

De installatiegids in het Engels is bijgewerkt.

A247 is oorspronkelijk gemaakt met A247.1, A247.2, A347.1 en A347.2.
Sinds januari 2014 bevat de A247-toepassingssleutel een extra subtype, te weten A247.3.

Belangrijkste verschillen met A247.1:
Geen alarm
S7 is de warmwaterbereidingstemperatuur. Sensor
S4 is de warmtapwatertemperatuur. Sensor
P2 is de circulatiepomp van het primaire warmtapwatercircuit
P4 is een warmtapwatercirculatiepomp.

De montagegids is bijgewerkt.
De installatiegids is nog niet bijgewerkt.

Helaas hebben we een aantal ECL 210-basisdelen gezien waarbij de rechter connector in omgekeerde positie is gemonteerd. Dit betekent dat de temperatuursensoren niet goed zichtbaar zijn vanaf de ECL 210.
De juiste positie is met twee klemoppervlakken boven en onder het klemmenblok.
Vanaf begin 2012 heeft de productielijn de juiste positie van de klemmenblokken getest.

Omdat de ECA 60 niet meer leverbaar en de ECA 61 alleen voor service is , hebben wij vooralsnog (augustus 2014) geen aanbod ondanks de ruimtesensor ESM-10.