Als het om duurzame energieopwekking gaat, gooit biovergisting momenteel hoge ogen. Het biedt tegelijk een oplossing voor de verwerking van allerlei biologisch afbreekbare reststromen, levert een constante stroom energie in de vorm van gas en vervolgens elektriciteit waarbij het restproduct in de vorm van schoon water en organische meststof volledig kan worden hergebruikt. Ondanks de onduidelijke opstelling van de Nederlandse overheid tegenover duurzame energietechniek zijn er toch her en der al grootschalige installaties in gebruik of bevinden deze zich in de proeffase. Een van de allergrootste vergistingsinstallaties is de LGE Biomassacentrale, een onderdeel van het Biopark Terneuzen waarin voor een slordige half miljard euro geïnvesteerd zal worden. De Biomassacentrale zelf kost ruim 35,5 miljoen euro en produceert gas waarmee groene stroom wordt opgewekt. De enige subsidie die hier geldt is de stimuleringsregeling voor duurzame energie, (SDE+).
Verdubbelen
Het project wordt gerealiseerd door de Schücking Energy Group uit Enschede en Lijnco uit Groningen onder leiding van procestechnoloog de heer Jupp Schücking.
Verantwoordelijk voor de techniek achter de biomassacentrale zijn HME Engineering voor de Industriële Automatisering en procesbesturing en Mosch Thermische Installaties (MTI) voor de mechanische installatie. De Schücking Energy Group heeft al diverse vergistinginstallaties gerealiseerd in binnen- en buitenland, waaronder de eerste monovergister ter wereld voor slachtafval. Kenmerkend daarbij is de grootschaligheid van hun projecten. Jupp Schücking van de Schücking Energy Group: “In Nederland zijn al veel kleinschalige installaties in bedrijf. Jammer genoeg is de capaciteit daarvan veel te klein. Pas vanaf 1 megawatt wordt het interessant. Wij bouwen grote installaties vanaf 1 megawatt. In totaal hebben we nu al voor ca. 50 megawatt geïnstalleerd. Over 4 jaar zal dat het dubbele zijn. In Europa behoren we tot de grootste bouwers van biomassacentrales. De installatie in Sluiskil kan straks 6000 kuub gas per uur maken. Nu tijdens de installatie is dat nog maar de helft. We zitten nu (oktober 2011) op een productie van 5 megawatt. Eind 2011 moet dat 10 megawatt zijn en in de toekomst moet de output nog een keer verdubbeld worden. De stroom wordt afgenomen door Elektriciteitsbedrijf Delta.”
Standaard
Heino Oltwater van HME Engineering: “We willen met deze centrale een standaard neerzetten, een model dat we in een volgend project kunnen herhalen. We hebben de functionele vereisten voor de elektrische installatie geschreven. Heel belangrijke schakels daarin zijn de meer dan veertig Danfoss VLT frequentieregelaars, waarvan een groot deel 45 kW aandrijvingen. Deze drijven onder meer het schroeftransport en de vele pompen en mixers aan die zo belangrijk zijn voor het op gang houden van de vergisting. Zo zitten er tussen de grote tanks tien Seepex pompen van 22 en 30 kW. Dit is de eerste keer dat ik met de regelaars van Danfoss werk. Van Egmond Elektrogroothandel uit Doetinchem heeft de VLT regelaars van Danfoss geadviseerd onder meer vanwege het 2% hogere rendement. Hierdoor dragen deze regelaars bij aan het groene karakter van de installatie. Dat blijkt ook uit de hoogefficiënte elektromotoren voor de aandrijvingen. De regelaars zijn uiteindelijk ook geleverd door Van Egmond, een bedrijf dat we kennen door een lange periode van samenwerking. Zij zijn distributiepartner van Danfoss en kunnen alle regelaars direct vanuit voorraad leveren waardoor het hele bouwproces vloeiend verloopt. Bovendien heeft Van Egmond Industriële Automatisering de bijbehorende panelen gebouwd en de besturings- en visualiseringssoftware voor de installatie geschreven.”