Binnen Danfoss werden de ontwikkelingen die uiteindelijk leiden tot de produktie van elektronische frequentieregelaars in 1959 in gang gezet met de overname van een kleine Deens producent van gelijkrichters. Dat leidde in 1962 tot de vorming van Danfoss Electronics, een afdeling die zich bezig hield met de productie van gelijkrichters voor hoge vermogens met uitvoeringen tot 10.000 Ampere.
Omdat de activiteiten van Danfoss Electronics niet voldoende winstgevend bleken te zijn, werd de afdeling in 1965 alweer gesloten. De kennis die Danfoss die jaren op het gebied van elektronica had opgebouwd bleef echter bewaard dankzij de oprichting van de afdeling Teknisk Forskning. Het is op die afdeling waar de ontwikkeling van de VLT frequentieregelaars echt in gang werd gezet.
Twee medewerkers van de afdeling Teknisk Forskning, Arne Riisager en Arne Jensen, namen in 1966 deel aan het IFAC (International Federation of Automatic Control) congres in Londen. Onder de zaken die daar hun aandacht trokken ware de toen nieuwe power transistors en de discussies over de mogelijkheden om draaistroommotoren te regelen.
"Tijdens het congres werd gesproken over variabel toerental en het feit dat een standaard oplossing voor het regelen van ac-motoren onmogelijk zou zijn", rapporteerde Arne Riisager. En juist vanwege het idee dat het regelen van ac-motoren niet mogelijk zou zijn zagen de twee Danfoss ingenieurs de enorme kansen die het controleren van die motoren door middel van de voedingsspanning konden bieden.
Binnen 2 jaar
Vanaf het begin was het doel van de ingenieurs van Danfoss de ontwikkeling van een standaard seriematig geproduceerde regelaar voor draaistroommotoren. De kennis was beschikbaar en de ontbrekende middelen ontwikkelden de Danfoss ingenieurs zelf. Allerlei verschillende ideeën werden uitgewerkt en getest, wat in het eerste jaar al resulteerde in 14 patent-aanvragen.
In 1967 was het eerste prototype van een elektronische frequentieregelaar beschikbaar en werd het apparaat gepresenteerd aan de directie van Danfoss. Het was een onooglijk apparaat, maar de prestaties waren overtuigend en de directieleden stemden in met de verdere ontwikkeling.
Datzelfde jaar nog was er een prototype van het produktiemodel beschikbaar en halverwege 1968 werden de eerste 10 frequentieregelaars beschikbaar gesteld aan enkele geselecteerde klanten voor praktijktests. Toen ook die tests succesvol bleken te zijn, verlieten in de herfst van 1968 de eerste in serie geproduceerde VLT 5 frequentieregelaars de fabriek. Slechts 2 jaar nadat het idee tijdens het IFAC congres was geboren.
In eerste instantie werden de VLT frequentieregelaars alleen in Denemarken op de markt gebracht. De Carlsberg Brouwerij was een van de eerste bedrijven die overging tot de aanschaf van VLT frequentieregelaars. Die eerste VLT's werden gebruikt voor het aandrijven van transportbanden. Tegenwoordig spelen de Danfoss frequentieregelaars nog steeds een belangrijke rol in alle onderdelen van het productieproces van diezelfde brouwerij.
Al snel werden de VLT 5 regelaars ook in de andere Scandinavische landen verkocht en in 1970 volgde de rest van Europa.
De eerst VLT frequentieregelaars werden geproduceerd in de Danfoss fabriek in het Deense Nordborg. Er werd daar 180 vierkantemeter vrijgemaakt voor de produktie van de regelaars. Maar al in 1971 moest die ruimte worden vergroot naar 240 vierkantemeter en in de jaren die volgden werd er steeds meer ruimte in beslag genomen.
Toen er in 1977 geen extra ruimte meer beschikbaar was om de groeiende produktie van VLT regelaars plaats te bieden, werd besloten een oude textielfabriek in Graasten op het Deense vaste land over te nemen. Met die overname werd de produktieruimte in een klap vergroot van 1200 naar 6000 vierkantemeter.
In 1989 volgden de afdelingen marketing, administratie en ontwikkeling de produktieafdeling naar Graasten.